Exotisch van eigen bodem: saffraan, quinoa en wasabi

Leren, onderzoeken en proberen 

In de 17e eeuw kweekten pioniers al perziken en abrikozen langs fruitmuren, citrusfruit in oranjerieën en ananas in de eerste verwarmde kassen. En ook nu wordt in Zuid-Holland volop geïnnoveerd met allerlei nieuwe teelten.

Saffraan uit de polder

In Oude-Tonge groeit iets wat je hier niet meteen verwacht: saffraan. Het is een van de kostbaarste specerijen ter wereld en wordt meestal geïmporteerd uit het verre oosten.

Witloftelers John en Lenie Terhoeve waren toe aan verandering en gingen op zoek naar een nieuw gewas. Ze kwamen uit bij saffraan. Lenie: “Nederland is een bollenland, saffraanbollen zijn hier gewoon te koop. Normaal gaan ze meteen de export in. Wij waren benieuwd of het hier ook zou werken.” 

Pionieren

Ja dus. Al ging dat niet vanzelf. John: “De eerste jaren vielen tegen. Pas na vier jaar bloeiden de eerste bloemetjes.” Saffraan telen is zorgvuldig werk. De bloemetjes worden met de hand geplukt. De drie stampers worden geoogst. Daarna volgt het drogen en wegen. Afgelopen jaar werden zo’n honderdduizend bloemen geplukt. 

Vertical farming

De toekomst van saffraan ligt volgens John in een combinatie van buiten- en binnenteelt. Met vertical farming onder ledlicht wil hij de productie verder opschalen. De logistiek rond de productie van saffraan is eenvoudig. Saffraan vraagt weinig ruimte en kan goed worden ingepast in een breder teeltplan.

In een envelop

John en Lenie kiezen bewust voor korte lijnen: verkoop via het erf, hun eigen webshop en directe levering aan chefs.  Een groot voordeel: de kostbare draadjes passen gewoon in een envelop.

Biologische quinoa van eigen bodem 

Quinoa telen op Goeree-Overflakkee. Na jaren zoeken, proberen en bijsturen is quinoa uitgegroeid tot een volwaardig biologisch gewas voor Jac van Eck van akkerbouwbedrijf Agreck. Het grootste deel van de oogst wordt verwerkt in babyvoeding.

De keuze voor quinoa is niet onlogisch gezien de bodemsoort in Herkingen. De bodem kent een relatief hoog zoutgehalte, iets waar quinoa beter mee om kan gaan dan veel andere akkerbouwgewassen. Daarnaast is het gewas droogtetolerant. Als quinoa eenmaal groeit, hoeft er niet beregend te worden.
Onkruidbestrijding gebeurt mechanisch. “We werken met vaste rijpaden en proberen de bodem zo min mogelijk te belasten,” legt hij uit. “In quinoa is de ziektedruk beperkt. We redden ons daarom goed zonder chemische middelen.”

Elk jaar een stap verder

De teelt verandert mee met de inzichten. Waar quinoa in de beginjaren volvelds werd gezaaid, gebeurt dat nu in rijtjes. “De plant krijgt zo meer ruimte, wordt groter en vormt grotere trossen met zaden.” Die aanpassingen komen voort uit eigen ervaring en uit overleg met andere telers. “Elk jaar kom je weer een stap verder.”

Dutch Wasabi: exotische gewassen in het Westland

Wasabi telen in het Westland. Tuinder Sander van Kampen maakt er werk van. En ook van andere ‘exotische’ gewassen. Met zijn bedrijf Dutch Wasabi in De Lier ontwikkelde hij een teelt voor wasabi, gember, citroengras, pepers en citrusfruit. De afzet regelt hij zelf. Via zijn eigen webwinkel, de retail en de horeca.

Wasabi is een lastig gewas om te kweken. Door andere gewassen toe te voegen, bouwde Sander een gezond bedrijfsmodel. Zijn producten gaan naar consumenten, chefs en groothandels.

Experimenteren en leren

Het vroeg om een lange adem: lezen, onderzoeken, en vooral: proberen. Sander: “Details maken het verschil. Het kost tijd om die boven water te krijgen. Daarom is het belangrijk om een nieuwe teelt in het begin klein te houden. Dan kun je experimenteren en leren wat werkt en wat niet. Dat geldt zowel voor de productie als de afzet.”

Verantwoordelijkheid nemen

Duurzaamheid betekent voor Sander vooral verantwoordelijkheid nemen.  “Een tuinder moet bijdragen aan een gezonde toekomst. Daarom werken we hier zoveel mogelijk zonder chemische middelen, accepteren we schade en kijken we kritisch naar energiegebruik. Duurzaamheid in het Westland? “Veel tuinbouwbedrijven hier werken met monoculturen. Daardoor zijn er ook veel plagen. De Westlandse bedrijvigheid heeft ook voordelen. Er is een ecosysteem van tuinders waarin we kennis en materialen delen en elkaar helpen als dat nodig is. Dat is zeer waardevol.”