Voor korte-keteninitiatieven is logistiek vaak een uitdaging. Halfvolle busjes, onvoorspelbare volumes en veel uitzonderingen maken het systeem kwetsbaar. Volgens Sebastiaan Bos van biologisch tuinbouwbedrijf Kievit in Katwijk begint alles bij een realistische kijk. “Logistiek is geen bijzaak. Het is een vak.”
Elke week 4 à 5 duizend groente- en fruitpakketten per week inpakken, een webwinkel die op volle toeren draait en producten ophalen of brengen bij collega-tuinders. De pakketten worden met de boodschappen uit de winkel bij de klant bezorgd of naar afhaalpunten in de regio vervoerd. Die regio loopt langs de kust van Zandvoort tot het Westland en landinwaarts van Alphen aan den Rijn tot Leiden. Hoe houd je zo’n operatie draaiende? Waar veel initiatieven vertrekken vanuit idealen, vertrekt Kievit vanuit de praktijk.
Keuzes maken
Waar veel korte-keteninitiatieven proberen alles zelf te doen, kiest Kievit voor samenwerking waar dat logisch is. Transport wordt deels uitbesteed, pieken worden opgevangen en investeringen worden alleen gedaan als ze renderen. “Je hoeft niet alles zelf te willen. Het gaat erom dat het goed gebeurt.”
Structuur als voorwaarde
Een andere succesfactor is discipline. Bestelmomenten, leverdagen en volumes liggen vast. Dat vraagt iets van klanten, maar levert rust op in de keten. “Als iedereen flexibel wil zijn, wordt het chaos. Structuur is geen beperking, het is een voorwaarde.” Volgens Sebastiaan ligt daar de sleutel voor korte ketens die willen doorgroeien. Niet blijven experimenteren in pilots, maar professionaliseren. Niet groter denken, maar slimmer organiseren. Keuzes over assortiment, klanten en leverfrequentie zijn altijd gekoppeld aan logistieke haalbaarheid. “Je moet ook durven zeggen: dit doen we niet.”
Niet groter, maar slimmer
Zijn boodschap is helder: wie echt wil dat lokale voedselketens werken, moet stoppen met pilots en beginnen met professionaliseren. Niet groter, maar slimmer. “Van onderaf werken. Eerst de basis op orde. Dan pas groeit het.”