Een oogstplan uit 1681

Eten uit de hoftuin

Hendrick Quellenburg was hovenier aan het hof, in de enorme tuin van paleis Huis ter Nieuburg in Rijswijk. Als hovenier moest hij poten en zaaien wat de hofkeuken nodig had – vooral groenten die een grote opbrengst gaven, zoals allerlei soorten kolen. 

In 1681 kreeg hij contractueel voorgeschreven dat hij ‘sal neerstelyck [met grote inzet] van alles hebben te teelen, ende sorge dragen, datter in Syne Hoochheyts keucken werde gefurneert alderhande soort van groente ende wortelen, vroeg en laet het geheele jaer door […]’. 

In dit reglement was zelfs een volledig oogstplan opgenomen. Het schreef per kwartaal voor wat er geteeld moesten worden. We tellen in de lijst minstens 50 soorten groenten en kruiden – waarschijnlijk meer, want de verschillende soorten kolen, wortelen en ‘bladeren’ worden niet precies gespecificeerd. 

Oogstplan (1681)

JANUARY, FEBRUARY, MAERT

Suyringh [zuring], petersely, kervel, kleyne latou [kropsla], starckers [sterrenkers], pimpernel, dragon, munte en ander toekruyt die tot sala behoort [kruiden om aan salades toe te voegen]. Esperges, endivie, sellery, suyckerpeen met alle andre wortelen, koollen en alle soorten van groen, om de schotelen te versieren, gelyck maechde- en andere palm, laurierblaen van alderhande slach, en

APRIL, MAY, JUNY

Kropsala, porceleyn [postelein], fyn sala, groensala met alderhande toekruyt, gelyck pimpernel, trip madam [vetkruid], raquette [rucola], spruyten van roosen en van alles, venckel, anys etc, jonge peen, peulen, roomse boonen [tuinbonen] soo vroeg en soo laet als ’t mogelyck, artisiock, en alle bloemen met groene bladen, om de schotelen te versieren en al ander gemeyn groen

JULY, AUGUSTUS, SEPTEMBER

Endivie, kropsala, porceleyn, cleyn en groot voor pottagie [dikke soep], en sala, groen sala voor het gemeyn [om gewoon te gebruiken], met alle toekruyt het geheele jaer door, artisiocken, blomkoolen, en alle andre koolen, turcksce [witte] boonen seer vroech ende laet: scharsouaria [schorseneren?], salsifie [haverwortel], suyckerpeen, peterselywortel met alderhande peen, meloenen, comcommers, champignons (soo ’t mogelyck is) het heele jaer door, met veel sult comcommertjes [augurken] en blom en alderhande groene blaen om de schotelen mede te versieren

OCTOBER, NOVEMBER, DECEMBER

Endivie, selleri, kropsala, artisiock, vet sala, alderhande koolen en alle soorte van wortelen, ajuyn [ui], chalotten, peperwortel [mierikswortel], lepelbladen het geheel jaer door te besorgen; met alderhande fyn kruyt: groen ende gedroocht gelyck, thym, rosmaryn, saly, marioleyn, ysop [hyssop], vergulde saly, fyne saly, betony [koortskruid] met al het dagelyx kruyt, als suyring, petersely, kervel, biet, prey, biesloock, suyckereywortel met alle d’andre wortelen en toekruyt ende alle soorten van groen of bloemen tot het vercieren van schotelen ‘t geheele jaer door.

Breed assortiment

Nu is natuurlijk de vraag: was dit een oogstplan van koninklijke allure of werd er op buitenplaatsen en landgoederen ook zo’n breed assortiment geteeld? In haar boek Hoveniers van Oranje pakt Lenneke Berghout er andere 17e eeuwse bronnen bij. In 1669 noemt Jan van der Groen 900 plantennamen in zijn grote tuinhandboek Den Nederlandtsen Hovenier. Zijn lijst bevat alle groenten en kruiden van het oogstplan van Huis ter Nieuburg. Ook zijn ze vrijwel allemaal te vinden in het register in het handboek Den Verstandigen Hovenier (1700) van ‘medicynendoctor’ Petrus Nylandt. De soortenrijkdom was groot. ‘Sala’ was niet zomaar sla. Begin 18e eeuw vermeldt Johann Hermann Knoop al 46 variëteiten in zijn Beschryving van de Moes- en Keuken-Tuin (1769).
Laan met rijtuigen en wandelaars - Carel Allard

Oogsten buiten het seizoen

Wél opvallend is dat het een jaarrond oogstplan is. Hendrick Quellenburg kreeg de opdracht om ‘soo vroeg, en soo laet als ’t mogelyck’ verschillende soorten groenten te telen. Verschillende seizoensgroenten worden het hele jaar gevraagd.

Daarin onderscheidden de koninklijke tuinen zich wel. Want het teeltseizoen verlengen door broeikonst onder glas, dat konden alleen de allerrijksten zich veroorloven. Met name het  handgeblazen vensterglas was peperduur. Door een dikke laag mest in te graven en te laten broeien, warmde de grond vroeg op en kon er buiten het seizoen geteeld worden.

Zo kon een kundige hovenier al in maart kropsla oogsten, begin april aardbeien en komkommers, en de hele winter door groene asperges. De broeibakken brachten ook de teelt van exotische  vruchten binnen handbereik. Zo waren meloenen een geliefde vrucht aan het hof. De teelt van zulke producten bracht status. Een meloen of een ananas uit eigen tuin gold als een exclusief geschenk, dat naar buitenlandse hoven werd gestuurd.

Waar was Huis ter Nieuburch?

Het imposante Huis ter Nieuburch lag in het huidige Rijswijkse Bos. Het is moeilijk voor te stellen dat hier ooit een kolossaal paleis heeft gestaan. De ruim 6 hectare van het Rijswijkse Bos is minder dan de helft van de oorspronkelijke paleistuin.

Stadhouder Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms lieten het in 1634 realiseren. Het had een gevel van maar liefst 100 meter breed, een  gebouwencomplex met grachten en een grote ommuurde binnenplaats. Kosten noch moeite werden gespaard. Marmer, fonteinen en klassieke beelden werden uit Italië gehaald en de zalen werden weelderig ingericht.

Tegelijkertijd werd begonnen met de aanleg van een grote tuin in de Franse stijl. De ruim 16 hectare omvatte ook boomgaarden en plantages.

Zoveel aandacht als ze besteedden aan bouw en inrichting, zo weinig verbleef het echtpaar in het paleis. Al snel werd de schitterende Franse tuin vereenvoudigd om het onderhoud goedkoper te maken.

De Vrede van Rijswijk

In 1697 werd hier de Vrede van Rijswijk gesloten en belandde het paleis toch nog in de Europese geschiedenisboeken. Een gedenknaald in het Rijswijkse Bos herinnert nog aan het vredesverdrag. Hij is gemaakt van sloopmateriaal van het paleis. In verval geraakt werd het in 1790 gesloopt.

Meer over de tuinieren in de 17e eeuw:

Meer over Huys ter Nieuburgh: